Listing 5000+ Islamic books in more than 30 languages. Read online or download in PDF.
Degene die na het niezen اَلۡحَمۡدُ لِلّٰهِ عَلٰى كُلِّ حَالٍ zegt en met zijn tong over al zijn tanden heengaat, zal اِنْ شَــآءَالـلّٰـه عَزَّوَجَلَّ beschermd zijn tegen tandziektes.
(Mirāt-ul Manājīḥ, blz. 396 deel 6)
De Moedige Metgezel, Sayyidunā ‘Ali كَرَّمَ اللّٰهُ تَعَالٰي وَجۡهَهُ الۡكَرِيۡم heeft gezegd: ‘Degene die اَلۡحَمۡدُ لِلّٰهِ عَلٰى كُلِّ حَالٍ zegt na het niezen, zal nooit te maken krijgen met oor- en kaakpijn.’
(Mirqā-tul Mafātīḥ, blz. 499, deel 8, Ḥadīš 4539)
Degene die niest zou Allāĥ عَزَّوَجَلَّ moeten prijzen in een hoorbare stem zodat het gehoord en beantwoord kan worden. (Rad-dul-Muḥtār, blz. 684, deel 9)
Het antwoord يَرۡ حَمُكَ اللّٰهُ is Wājib [noodzakelijk] m.b.t. de eerste nies. Indien de niezer na de tweede nies ook اَلۡحمۡدُلِلّٰهِ zegt, dan is het niet Wājib maar Mustaḥab [gewenst].
(Fatāvā ‘Ālamgīrī, blz. 326, deel 5)
Het antwoord is alleen Wājib [noodzakelijk] als de niezer اَلۡحمۡدُلِلّٰهِ zegt. Als hij dat niet zegt dan is er geen antwoord.
(Baĥār-e-Sharī’at, blz. 120 deel 16)
Men zou niet moeten antwoorden indien iemand niest tijdens de Khuṭbaĥ [De Arabische preek van Jumu’aĥ of ‘Eīd. (Fatāvā Qāḍī Khān, blz. 377, deel 2)
BOOK TOPIC
BOOK TOPIC